
Vitamine D is een van de weinige vitamines die het lichaam zelf kan maken. Onder invloed van zonlicht wordt in de huid vitamine D gevormd. Het vitamine D gehalte in het lichaam is aan het einde van de zomer het hoogst en het laagst aan het einde van de winter. Het lichaam kan een bepaalde hoeveelheid vitamine D opslaan in het lichaam om in de winter te gebruiken.
Vitamine D is vooral nodig voor stevige botten en tanden. Het vitamine zorgt er namelijk voor dat kalk (calcium) uit de voeding kan worden opgenomen in botten en tanden. Het zorgt dus voor stevige botten in de periode van groei. Maar ook daarna om de botten stevig te houden. Vitamine D is daarom belangrijk bij het voorkomen van osteoporose (botontkalking).
Je krijgt vooral veel vitamine D binnen met halvarine, margarine en bak- en braadproducten. Aan deze producten is namelijk vitamine D toegevoegd. Verder zit er nog een beetje vitamine D in vlees en volle melkproducten. Vette vis is ook een goede bron. Hoeveel vitamine D je precies nodig hebt is afhankelijk van je leeftijd en je geslacht.
Een vitamine D-tekort leidt tot een lage calcium opname in de darm. Bij kinderen ontstaat daardoor op den duur rachitis en bij volwassenen botontkalking. Aan kinderen tot 4 jaar en zwangeren wordt een dagelijks supplement met 10 microgram vitamine D geadviseerd. Maar ook bijvoorbeeld mensen met een donkere huidskleur, vrouwen die borstvoeding geven, vrouwen vanaf 50 jaar en mensen die onvoldoende buitenkomen moeten op hun vitamine D-inname letten.
Wie hebben extra vitamine D nodig?
10 microgram vitamine D per dag:
- Alle kinderen tot 4 jaar
- Kinderen vanaf 4 jaar met een donkere huidskleur of die onvoldoende buiten komen
- Vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven
- Mannen tot 70 en vrouwen tot 50 jaar met een donkere huidskleur of die onvoldoende buiten komen
- Vrouwen tot 50 jaar die een sluier dragen
- Vrouwen vanaf 50 en mannen vanaf 70 jaar met een lichte huidskleur die voldoende buiten komen
20 microgram vitamine D per dag:
- Vrouwen vanaf 50 en mannen vanaf 70 jaar met een donkere huidskleur of die onvoldoende buiten komen
- Vrouwen vanaf 50 jaar die een sluier dragen
- Ouderen in een verpleeg- of verzorgingshuis of met osteoporose