
De hoeveelheid vet in de voeding heeft waarschijnlijk geen effect op het ontstaan van kanker. Ook de hoeveelheid verzadigd vet is niet van invloed. Dit concludeert de Gezondheidsraad in het voedingsadvies uit 2001 waarin voedingsnormen voor o.a. vetten zijn vastgesteld.
Het advies van de Gezondheidsraad beperkt zich tot het verband tussen de inname van vetten en het risico op het ontstaan van borst-, colon-, rectum- en prostaatkanker, omdat deze vormen veel voorkomen en voedingsfactoren bij het ontstaan mogelijk een belangrijke rol spelen.
De hoeveelheid (verzadigd) vet in de voeding heeft geen effect op het ontstaan van borst-, dikkedarm- en prostaatkanker. Ditzelfde geldt voor specifieke vetzuren als linolzuur. Een hoge inname van alfa-linoleenzuur zou mogelijk het risico op prostaatkanker verhogen. Beschermende effecten van visvetzuren op het ontstaan van borst- en colectoraalkanker zijn nog onvoldoende eenduidig om een conclusie te kunnen trekken.
Recente wetenschappelijke publicaties over de invloed van vetten en hun relatie met kanker vind je hiernaast.
