
De inname van vet en vetzuren speelt een belangrijke rol bij de ontwikkeling van hart- en vaatziekten. Sinds enige jaren is op basis van diversie epidemiologische studies bekend dat de vetzuursamenstelling belangrijker is dan de totale hoeveelheid vet bij de preventie van hart- en vaatziekten. Dit concludeert ook de Gezondheidsraad in haar advies uit 2001 waarin o.a. de voedingsnormen voor vet en vetzuren zijn vastgesteld.
De kans op hart- en vaatziekten wordt verkleind als verzadigde vetzuren worden vervangen door meervoudig onverzadigde vetzuren, vanwege het gunstige effect op het cholesterolgehalte. Transvetzuren hebben een negatief effect op het ontstaan van hart- en vaatziekten. Dit effect wordt niet alleen veroorzaakt door een ongunstige wijziging van de cholesterolgehalte maar ook door andere risicofactoren. Daarnaast wordt er veel onderzoek gedaan naar de effecten van specifieke transvetzuren, afkomstig van dierlijke bronnen en industriële bronnen. Deze onderzoeken geven geen aanleiding om te veronderstellen dat er onderscheid gemaakt moet worden tussen dierlijke en industriële transvetzuren en beide bronnen van transvetzuren hebben een vergelijkbaar negatief effect op bloedlipiden.
Ook omega-3 vetzuren, waaronder alfa-linoleenzuur en visvetzuren, hebben een beschermend effect op hart- en vaatziekten. Vooral de laatste jaren is veel onderzoek verricht naar visvetzuren en hun relatie op het ontstaan van hart- en vaatziekten. Omdat het bewijs hiervan steeds sterker wordt heeft dit in 2006 geleid tot een herziening van de aanbevolen hoeveelheid van visvetzuren 200 naar 450 mg per dag.
Recente wetenschappelijke publicaties over de invloed van vetten en het ontstaan van hart- en vaatziekten vind je hiernaast.
