Aanbevolen hoeveelheden

In Nederland gelden sinds december 2006 nieuwe Richtlijnen Goede Voeding met daarin ook aanbevelingen voor vet en vetzuren. Bij deze aanbevelingen is rekening gehouden met de invloed van vet en vetzuren op het ontstaan van coronaire hartziekten, kanker en diabetes mellitus. Ook is gekeken naar de rol van vet bij het ontstaan van obesitas.
Kort samengevat komen de aanbevelingen van de Gezondheidsraad op het volgende neer:

20 - 40 procent van de calorieën mag worden geleverd door vet. Voor iemand die overgewicht heeft, is dit maximaal 35 procent. De minimum aanbevolen hoeveelheid blijft gelijk. Gemiddeld gebruiken we in Nederland 34,4 procent van onze calorieën in de vorm van vet.

Het gehalte aan verzadigd vet moet zo laag mogelijk zijn. Maximaal 10 procent van de calorieën die je eet mag afkomstig zijn van verzadigd vet. Er is gemiddeld 450 milligram visvetzuren per dag nodig. Dat komt neer op twee keer per week vis, waarvan één keer vette vis. In Nederland wordt over het algemeen veel minder vis gegeten, namelijk 94 mg/dag.

De aanbevelingen van de Gezondheidsraad zijn van toepassing voor volwassenen en kinderen vanaf 1 jaar.

Kinderen jonger dan 1 jaar
Recente bijgewerkte FAO/WHO-aanbevelingen van 2008 hanteren iets andere aanbevelingen voor kinderen dan dat de Gezondheidsraad doet, en hebben bovendien ook aanbevelingen opgenomen voor kinderen jonger dan 1 jaar. De FAO/WHO beschrijft de behoefte van kinderen aan essentiële vetzuren als volgt: na de borstvoeding moet de vetinname van zuigelingen en jonge kinderen (6-24 maanden) geleidelijk afgebouwd worden tot 30 à 35 % van de energie-inname (en%), afhankelijk van het activiteitsniveau, waarvan 3 à 4,5 en% linolzuur (omega-6) en 0,4 à 0,6 en% alfa-linoleenzuur (omega-3). Bovendien moet het eetpatroon voorzien in 10 à 12 mg/kg van het lange keten omega-3-vetzuur docosahexaeenzuur (DHA).

Voorlichtingsbureau Margarine Vetten en Oliën - 070 3908634 - info@voorlichtingmvo.nl Sitemap | Disclaimer | Colofon