
Vet bevat altijd een mengsel van verzadigde en onverzadigde vetzuren. Verzadigde vetzuren zijn minder gezond omdat zij het cholesterolgehalte in het bloed kunnen verhogen. Een hoog cholesterolgehalte geeft een hoger risico op hart- en vaatziekten.
Een gezonde vetinname dient zoveel mogelijk gericht te zijn op het vervangen van verzadigde vetten door onverzadigde vetten. Vertaald naar producten betekent dat bijvoorbeeld vis in plaats van vlees. Ook krijg je meer gezonde vetten binnen door vegetarische producten te eten in plaats van vlees. Het gehalte verzadigd en onverzadigd vet verschilt per soort vlees: kip bevat het meeste onverzadigd vet, gevolgd door varkensvlees en als laatste rundvlees.
Verzadigde vetten mogen voor maximaal 1/3 deel uitmaken van de vetten in de voeding.
